Dit jaar boden we voor het eerst een reeks van zeven schrijfopdrachten aan rond de jaarwisseling. Om thuis te schrijven (half uur per dag). We kregen na afloop enorm veel reacties. Mensen hadden tijd gevonden ondanks de drukte, er waren verrassingen uit de pen gekomen, er kwam zomaar compassie, mens was geïnspireerd maar vooral keerde terug dat deelnemers zoveel plezier aan het schrijven had beleefd. En er kwamen zomaar gedichten bij mensen die dat niet denken te kunnen.
Sommigen deelden hun gedichten; daar zijn we dankbaar voor. In de gewone, maandelijkse schrijfsessies op zondag, horen we elkaars gedichten. Het verklanken daarvan is ook waardevol voor de schrijvers zelf. Iedereen luistert met verwondering en oordeelloos — dat geeft zoveel meer ruimte om je eigen stem te verklanken.
We hebben genoten van het maken van de Winterspiegelingen. Volgend jaar weer! Houd onze website in de gaten… en misschien zien we je op een van onze zondagse schrijfmeditaties.
De volgende tekst komt uit de opdracht van Dag 1.
Wijze woorden van Rilke
We beginnen met een tekst van de Duitse dichter Rainer Maria Rilke. Rilke leefde van 1875 tot 1926. Zijn teksten zijn nog altijd voor veel mensen een bron van inspiratie. Onderstaande tekst wordt vaak geciteerd alsof het een gedicht was, maar het komt uit Brieven aan een jonge dichter.
Men moet de dingen aan de eigen, stille
ongestoorde ontwikkeling overlaten
die diep van binnen komt
en die zich door niets laat haasten of versnellen;
eerst volledig rijpen – daarna baren…
Rijpen zoals een boom die zijn sapstroom niet stuwt
en die rustig in de lentestormen staat,
zonder angst dat er straks geen zomer kan komen.
Die zomer komt toch.
Maar hij komt alleen bij de geduldigen
die leven alsof de eeuwigheid voor hen ligt
zo zorgeloos stil en wijds…
Men moet geduld hebben
tegenover de onopgeloste zaken in ons hart
en proberen de vragen zelf lief te hebben,
als gesloten kamers,
en als boeken die in een zeer vreemde taal geschreven zijn.
Het komt erop aan alles te leven.
Als je de vragen leeft,
dan leef je misschien langzaam maar zeker
zonder het te merken
op een goede dag
het antwoord in.
Deze tijd van het jaar is vaak een periode waarin alles even stilstaat: geen werk, mensen trekken zich terug in huiselijke kring. De straten zijn stil. Er ligt een heel nieuw jaar voor ons, ingehouden stil en wijds. Vol mogelijkheden, nieuwe kansen. Ook als je je zorgen maakt over de wereld, of iets in je persoonlijke leven: dat nieuwe jaar komt vanzelf en vraagt dat je geduldig de tijd leeft die nodig is voor de oplossingen. “Het komt erop aan alles te leven.” Je trekt de zomer niet eerder naar je toe met wilskracht, maant Rilke ons. Je problemen en zorgen los je niet op door er veel over na te denken. Leef. En heb geduld. De oplossingen en antwoorden komen vanzelf.
Wat een mooie gedachte: het komt vanzelf goed. Maar Rilke vraagt nog iets anders. Hij roept op om de “vragen zelf lief te hebben, als gesloten kamers, en als boeken die in een vreemde taal geschreven zijn.” Wat betekent liefhebben hier? Waarom zou je iets wat nog niet opgelost is, waar je nog mee in je maag zit, liefhebben? Hoe doe je dat?
Het liefhebben van de vragen, de onopgeloste zaken in ons hart, vergelijkt Rilke met het liefhebben van gesloten kamers, boeken die in een vreemde taal geschreven zijn. Dat gaat dus niet om het liefhebben van het probleem, van iets wat onaangenaam is, maar van de belofte, het nieuwe. De kamer kan open. De boeken kunnen worden gelezen als je de taal begrijpt. In die zin wordt het ineens heel begrijpelijk dat je geduld nodig hebt. Wanhoop niet, maar leef. Geef de dingen de tijd. Die zomer komt toch.
